Deze conclusie raakt aan de kern van de belofte die in 2015 werd gedaan: de decentralisatie in het sociaal domein. Deze decentralisatie betekende een grote bestuurlijke omwenteling. Gemeenten werden verantwoordelijk voor jeugdhulp (via de Jeugdwet), voor werk en inkomen (via de Participatiewet) en voor hulp en ondersteuning om langer thuis te kunnen blijven wonen (via de WMO). De belofte was dat burgers zo beter en sneller konden worden geholpen, omdat de gemeenten dichter bij burgers (volwassenen en kinderen) staan dan het Rijk. Echter, de klachten die de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman sindsdien ontvangen, zijn niet substantieel verminderd. Een belangrijke reden van de problemen en onvrede bij burgers is dat zij een gebrek aan invloed ervaren.
Onderzoek naar participatie en invloed in het sociaal domein
Deze klachten waren mede aanleiding voor de ombudsmannen om een onderzoek te starten naar de mate waarin burgers ervaren dat zij kunnen participeren in, en invloed kunnen uitoefenen op, de hulp en ondersteuning die zij krijgen vanuit de Jeugdwet, Participatiewet en/of Wmo.
Het onderzoek vond plaats in drie fasen, met drie afzonderlijke rapporten als resultaat. We spraken met zo'n 80 burgers, waaronder ongeveer 15 jongeren tussen 12 en 23 jaar en met 47 leden van diverse adviesraden in het sociaal domein en zes jongerenraden.
Burgers ervaren weinig invloed
Wat bleek, helaas ervaren veel van de deelnemende burgers weinig regie op hun zorgtraject. Ze voelen zich onvoldoende betrokken bij zowel de toegang tot hulp en ondersteuning als bij de uitvoering ervan. Hierdoor ervaren ze weinig grip op hun eigen leven. Bovendien is voor veel burgers de drempel te hoog om hierover een klacht in te dienen. Ook de invloed van burgers op het lokale beleid in het sociale domein laat nog veel te wensen over. Kortom, er is nog veel te verbeteren in de participatie van burgers in het sociaal domein, voor volwassen burgers maar ook zeker voor jeugdigen.
In de volgende twee blogs gaan we dieper in op de conclusies en aanbevelingen uit de drie rapporten. Hiermee hopen we u als adviesraadslid te prikkelen om de aanbevelingen een plek te geven in uw lokale situatie.
Meer weten?
Over de auteur: Henriëtte Hemels is onderzoeker bij de Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman.