Vereniging van adviesraden die de lokale overheid adviseren vanuit het inwonersperspectief

Onderpresteren door geloof in stigma’s

Kunnen meedoen in de samenleving is een groot goed. Helaas is meedoen aan activiteiten buitenshuis lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Sommige mensen hebben eenvoudigweg geen toegang tot publieke ruimten. Dat geldt in het bijzonder voor mensen met een beperking die ook vanwege andere kenmerken tot een minderheidsgroep behoren (bijvoorbeeld huidskleur, migratieachtergrond en/of religie). Zij vinden allerlei obstakels op hun weg die deelname aan de samenleving bemoeilijken. En dat levert vervelende ervaringen op. 

Door Job Velseboervrijdag 19 januari

Deze ervaringen zijn mij sterk bijgebleven toen ik eerder dit jaar – als onderzoeker bij beleidsonderzoekbureau Regioplan – samen met collega’s bezig was met een onderzoek voor het College voor de Rechten van de Mens. In dit onderzoek brachten we de knelpunten in kaart van mensen met een beperking, die ook vanwege andere kenmerken obstakels kunnen ondervinden bij hun maatschappelijke deelname. Zij ervaren vaak dat de samenleving niet goed is voorbereid op deze ervaringen ‘op het kruispunt van knelpunten’. 

Negatieve vooroordelen 

Negatieve vooroordelen staan vaak centraal in deze ervaringen. Dit kunnen bijvoorbeeld vooroordelen zijn over de kwaliteiten van mensen met een beperking. Vaak zagen we ook dat mensen met een beperking zich deze vooroordelen ‘eigen maken’ en er (onbewust) zelf in gaan geloven. Dat kan participatie in de weg staan; mensen blijven dan bijvoorbeeld liever thuis dan dat zij naar buiten gaan. Eén specifieke uitspraak van een respondent met een beperking over deze vooroordelen zal me altijd bijblijven: “Overal waar je komt zie je dat mensen je behandelen alsof je niks kunt. Veel personen van kleur zijn geneigd om daaraan toe te geven, of ze gaan zelf denken dat ze het niet kunnen. Ze worden onderschat.” 

Achterstelling soms lastig te erkennen

Door het ‘eigen maken’ van vooroordelen, wordt het voor de mensen die centraal stonden in ons onderzoek vaak ook lastig om achterstelling en uitsluiting te herkennen. Zij kunnen dan denken dat dit ‘erbij hoort’. De uitleg die ik hierover kreeg in één van de gesprekken tijdens het onderzoek spreekt boekdelen: “Ik denk dat het makkelijker is om mij als iemand anders te zien. We hebben in Nederland geleerd dat personen met een andere huidskleur discriminatie maar moeten accepteren op bepaalde vlakken, omdat dat de enige manier is om ermee om te gaan. Daardoor twijfel je aan jezelf, omdat je niet op waarde wordt geschat.”

Het is daarom extra belangrijk dat ook organisaties en overheidsinstellingen belemmeringen ‘op het kruispunt van knelpunten’ tegengaan. De mensen die we hebben gesproken gaven daarvoor een aantal oplossingen. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat er naar hun ervaringen wordt geluisterd en dat zij betrokken worden bij het maken van besluiten die over hen gaan. Want kunnen meedoen in de samenleving zou voor niemand een luxe moeten zijn.

 

Over de auteur: Job Velseboer werkt als onderzoeker bij Regioplan en houdt zich bezig met vraagstukken over migratie, inburgering, ongelijkheid en diversiteit.