Vereniging van adviesraden die de lokale overheid adviseren vanuit het inwonersperspectief

Onafhankelijke cliëntondersteuning: schijn of werkelijkheid?

Ze heten onafhankelijke cliëntondersteuners maar zijn ze wel zo onafhankelijk? Voor wie binnen de Wmo werkt, bepaalt de gemeente zowel de regels, als het aantal uren per cliënt én de taken. Zorgaanbieders pogen soms uitvoering van taken van cliëntondersteuner te beperken of juist eigen taken af te schuiven. 

 

 

Door Evelien Tonkens en Thomas Kampenvrijdag 9 januari

Bijna een derde van de cliëntondersteuners die werken binnen de Wlz of de Wmo, vindt de eigen onafhankelijkheid dan ook onder druk staan. Een derde van de cliëntondersteuners die in de Wlz werken, wil taken uitvoeren die nu niet mogen, zoals aanvragen doen bij een fonds, hulp bij schulden of bij problemen met werk. En vijftien procent van de cliëntondersteuners die werken binnen de Wmo geeft beschikkingen af voor cliënten voor wie ze ook cliëntondersteuner zijn.  

Loyaliteitsproblemen 

Wanneer een cliëntondersteuner ook lid is van een wijkteam, ontstaan loyaliteitsproblemen: collega's beslissen dan over maatwerkvoorzieningen voor de eigen cliënten. In de Wlz speelt een vergelijkbaar dilemma, omdat cliëntondersteuners de relatie met zorgaanbieders en het zorgkantoor goed willen houden. Dat zet hun onafhankelijkheid onder druk.

Naast de afhankelijkheidsproblematiek zorgt ook de scheiding tussen Wmo en Wlz voor problemen. Hoewel cliëntondersteuning onder beide wetten mogelijk is, leidt de splitsing tot dubbel werk. Cliëntondersteuners zien bovendien dat cliënten heen en weer geschoven worden tussen beide wetten.

Continuïteit

Omdat de meeste ondersteuners kiezen voor één wet of alleen daarvoor gecontracteerd worden, moeten cliënten bij een overgang van begeleider wisselen. Dit is nadelig voor de continuïteit van zorg. Zevenentachtig procent van de cliëntondersteuners is ontevreden met deze knip, slechts 13 procent heeft er geen moeite mee.

Ook de toegankelijkheid is zorgwekkend: slechts zeven procent van de cliëntondersteuners vindt dat cliënten de weg naar ondersteuning gemakkelijk kunnen vinden.

Lichtpunt

Er is echter een lichtpunt. Sinds 2020 loopt een pilot met gespecialiseerde cliëntondersteuning voor 450 mensen uit vijf doelgroepen: mensen met autisme, licht verstandelijk beperkten met gedragsproblemen, naasten van mensen met ernstige beperkingen, mensen met niet-aangeboren hersenletsel en zeer ernstig verstandelijk beperkten.

Deze aanpak laat zien hoe het beter kan. Gespecialiseerde cliëntondersteuners vallen direct onder het ministerie van VWS en kennen geen scheiding tussen Wmo en Wlz. Ze leiden cliënten niet alleen toe naar hulp, maar bieden ook praktische en emotionele steun. Het resultaat spreekt voor zich: cliënten ervaren verbetering in kwaliteit van leven, gezondheid en relaties, terwijl ondersteuners veel werkplezier rapporteren. De pilot loopt vooralsnog tot 2028.

Structuurwijziging

Een uitweg uit de geschetste problemen is om alle cliëntondersteuning naar dit model te organiseren. Door financiering los te koppelen van uitvoeringsbelangen wordt echte onafhankelijkheid gegarandeerd. Cliëntondersteuners hoeven zich dan niet langer te verhouden tot gemeentelijke of regionale belangen en kunnen zich volledig op het cliëntperspectief richten.

Deze structuurwijziging vergroot ook de bekendheid en vindbaarheid, waardoor cliëntondersteuning toegankelijker wordt voor alle doelgroepen – inclusief mensen die levenslang en levensbreed afhankelijk zijn van zorg in de Wlz. 

Over de auteurs: Evelien Tonkens is universiteitshoogleraar Burgerschap en Humanisering van de Publieke Sector aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.Thomas Kampen is socioloog en sinds 2015 als Universitair Docent verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek.

Deze blog is gebaseerd op hun onderzoeksrapport Onafhankelijke cliëntondersteuning: Toen, Nu en Straks  in opdracht van BCMB. Eerder verscheen de blog: Onafhankelijke cliëntondersteuning: een onwrikbaar, maar onzichtbaar recht.