14e Hannie van Leeuwenlezing 2026
'Adviesraad Sociaal Domein: Speelbal of speler in regionaal krachtenveld?'
Met Ingrid Hoogstrate, directeur Inclusieve Samenleving van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Dagvoorzitter: Elisabeth van den Hoogen
Wordt regionalisering de ‘boze wolf’ die adviesraden sociaal domein irrelevant maakt, of de ‘prins’ die hun rol versterkt?, vroeg Ingrid Hoogstrate het publiek tijdens de veertiende Hannie van Leeuwenlezing op 12 juni jl. De boodschap van de directeur Inclusieve Samenleving van de Verening van Nederlandse Gemeenten (VNG) was geruststellend: dit sprookje kan goed aflopen, maar dat vraagt wel inspanning van zowel bestuurders als van adviesraden zelf.
Er is geen pasklare formule; per onderwerp moet worden afgepeld wat lokaal en wat regionaal thuishoort - in gesprek met bestuurders. Vijf uitgangspunten vormen hierbij het kompas: participatie blijft nodig, regionalisering blijft ook bestaan, het inwonersperspectief begint lokaal, een adviesraad is uniek (geen gemeenteraad, belangenclub of schaduwambtenarij), en lokaal/regionaal zijn met elkaar verweven, maar niet identiek.

Twee parallelle ontwikkelingen
Ingrid schetst in haar lezing twee trends die het sociaal domein ingrijpend veranderen. Ten eerste professionaliseert en groeit inwonersparticipatie: van eenmalige inspraakavonden naar structurele coproductie, burgerberaden en ervaringsdeskundigheid. Het SCP concludeert dat participatie alleen werkt als inwoners echte invloed ervaren, het tijdig gebeurt, het aansluit bij hun leefwereld, en rekening houdt met verschillen in tijd, gezondheid en vertrouwen.
Ten tweede neemt regionalisering toe - via arbeidsmarktregio's, jeugdzorgregio's, IZA-regio's, GGD'en en talloze samenwerkingsverbanden, met soms wel 25 tot 42 regio's per type die onderling niet met elkaar samenvallen. Regionaal werken is logisch (mensen leven, werken en winkelen regionaal; complexe vraagstukken vragen om opschaling), maar mist democratische legitimatie en kan leiden tot bestuurlijke drukte en verwatering van het inwonersperspectief - vooral in de opstartfase, wanneer governance en geld meer aandacht krijgen dan luisteren naar inwoners.
Spanningspunten en routes vooruit
De regio groeit zonder formeel bestaan, gebruikt jargon dat inwoners niet kennen, en voegt participatie vaak pas achteraf toe. Tegelijk is de adviesraad waardevol maar wettelijk niet verplicht, en wordt soms als ‘doekje voor het bloeden’ gezien.
In haar lezing geeft Ingrid adviesraden vier suggesties om stappen te zetten in de regionale participatie: focus op je eigen cirkel van invloed (niet alles wat regionaal gebeurt vraagt om lokale participatie); werk als adviesraden regionaal samen (zoals al gebeurt in Limburg, Twente en de Achterhoek); versterk de regionale governance door gebundelde regionale signalen in te brengen; of kies voor een community-up benadering met een geheel nieuwe aanpak.
Voor adviesraden zelf betekent dit: herijk je missie, denk na over samenstelling en diversiteit, varieer in vormen van advisering, blijf eigenbelang-loos (het gaat om het inwonersperspectief, niet om voortbestaan van de raad), en spreek bestuurders actief aan op hun verantwoordelijkheid hiervoor.


Sessies in groepjes
Na de lezing volgden gesprekken in kleine groepen aan de hand van de volgende vragen en stellingen:
- Waarop wil je regionaal invloed uitoefenen – en hoe borg je dat?
- Zijn er thema’s die u n.a.v. deze lezing met uw eigen adviesraad wilt bespreken?
- Welke punten zou u willen agenderen voor een gesprek met collega’s (adviesraden) in de regio?
- Zijn er zaken die u graag met uw eigen gemeente zou willen bespreken?
- Voor de mensen die van een organisatie zijn: wat zou u n.a.v. de lezing en uw eigen ervaringen leden van adviesraden mee willen geven?
Vragen die hier weer uit voorkwamen konden tijdens de plenaire afsluiting aan Ingrid worden voorgelegd (de vragen en antwoorden zijn ook terug te zien op de opname).
